Tentoonstellingen

Het Koninklijk Paleis Amsterdam is één van de beroemdste gebouwen van de hoofdstad van Nederland. Het wordt zoveel mogelijk opengesteld voor publiek uit alle windstreken. Na de grondige restauratie en renovatie van het interieur zijn er meer vertrekken opengesteld voor publiek. Een groot aantal zalen is te bezichtigen van het gebouw dat werd ontworpen en gebouwd als een stadhuis en later de bestemming kreeg als Paleis.

Bezoekers wandelen op de eerste verdieping door de imposante Burgerzaal, het Burgermeestersvertrek, de Schepenzaal, de Vroedschapskamer. Prachtige zalen die tegenwoordig gebruikt worden bij officiële ontvangsten van het Koninklijk Huis. Schilderijen van beroemde kunstenaars als Ferdinand Bol en Govaert Flinck luisteren de vertrekken op. De galerijen tonen het beeldhouwwerk van de Antwerpse beeldhouwer Artus Quellinus. De zeventiende-eeuwse kunstwerken verwijzen symbolisch naar de macht en rijkdom van de stad Amsterdam in de Gouden Eeuw. Op de begane grond is de Vierschaar opengesteld, het marmeren vertrek waar in de stadhuisperiode de doodstraffen werden uitgesproken ten overstaan van de bevolking.
Het Koninklijk Paleis Amsterdam heeft de grootste collectie Empire meubilair buiten Frankrijk. Na het vertrek van koning Lodewijk Napoleon uit het Amsterdamse Paleis zijn vrijwel alle buitengewoon kostbare meubels uit die tijd achtergebleven. Het meubilair, een van de best bewaard gebleven en meest complete Empire collecties ter wereld, is in volle glorie te aanschouwen.

Een jaarlijks wisselende tentoonstelling in de zomermaanden illustreert de unieke geschiedenis van het gebouw als monument uit de Gouden Eeuw. Ieder najaar wordt het werk van jonge kunstenaars tentoongesteld in het kader van de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst.

plattegrond met overzicht van te bezichtigen zalen

Vroedschapskamer Koninklijk Paleis Amsterdam. Foto: W. Ruigrok

Burgerzaal Koninklijk Paleis Amsterdam. Foto: W. Ruigrok.

Koning Lodewijk Napoleon & zijn Paleis op de Dam

In het Koninklijk Paleis Amsterdam is van 29 juni tot en met 16 september 2012 de tentoonstelling Koning Lodewijk Napoleon & zijn Paleis op de Dam te zien. In de tentoonstelling staat het gebouw als Frans Koninklijk Paleis centraal en wordt ingegaan op de bijzondere erfenis van het regeringsbeleid van Lodewijk Napoleon als eerste koning van Holland.

In de tentoonstelling tonen het gebouw, het meubilair, unieke (kunst)voorwerpen en speciaal voor de tentoonstelling gemaakte mini-documentaires vanuit verschillende perspectieven het bijzondere verhaal van Lodewijk Napoleon als eerste koning van ons land en eerste bewoner van het Paleis op de Dam. Koning Lodewijk laten leven is de opzet in de tentoonstelling en bijbehorende publicatie.

Op 20 april 1808 veranderde het stadhuis van Amsterdam in een koninklijk paleis toen de 29-jarige koning Lodewijk Napoleon (1778-1846) als eerste koning van ons land er zijn intrek nam. Vijf jaar diende het als Frans – Koninklijk en Keizerlijk – Paleis. Het zouden bepalende jaren blijken voor het gebouw en voor het Koninkrijk der Nederlanden.

Niet alleen in het gebouw heeft koning Lodewijk Napoleon zijn sporen nagelaten. Met zijn beleid bouwde Lodewijk in de vier jaren van zijn koningschap voort op hervormingen die tussen 1795 en 1806 tijdens de Bataafse Republiek waren ingezet. Hij bespoedigde en implementeerde belangrijke maatregelen die tot op de dag van vandaag voelbaar zijn. In 1810 werd Lodewijk Napoleon gedwongen afstand te doen van de troon en werd Holland ingelijfd bij Frankrijk. Na het vertrek van de Fransen heeft het gebouw zijn paleisfunctie behouden en is het thans ontvangstpaleis van het Koninklijk Huis. Willem I die in 1814 de troon besteeg heeft veel van hetgeen door Lodewijk Napoleon werd bewerkstelligd voortgezet, evenals de latere Oranjevorsten.

Symposium: Bij de tentoonstelling in het Koninklijk Paleis Amsterdam wordt een publiekssymposium georganiseerd, in september 2012 in het Trippenhuis van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) in Amsterdam (datum volgt). Tijdens het symposium wordt dieper ingegaan op de transformatie van Stadhuis naar Paleis en het regeringsbeleid en maatregelen die Lodewijk Napoleon nam.

Publicatie: Ter gelegenheid van de tentoonstelling verschijnt bij WBooks de publicatie: Koning Lodewijk Napoleon & zijn Paleis op de Dam.

Charles Howard Hodges (1764-1837), Lodewijk Napoleon, koning van Holland van 1808-1810, 1809, olieverf op doek, 223 x 147 cm. Rijksmuseum Amsterdam

Opstand als opdracht

Flinck, Ovens, Lievens, Jordaens, De Groot, Bol en Rembrandt in Paleis

Van 1 juli tot en met 18 september 2011 organiseerde het Koninklijk Paleis Amsterdam de tentoonstelling ‘Opstand als opdracht.  Flinck, Ovens, Lievens, Jordaens, De Groot, Bol en Rembrandt in het Paleis’. In de tentoonstelling stond de schilderijenserie over de Bataafse opstand in de bogen van de galerijen van het voormalig Amsterdamse stadhuis centraal.

De bouw en het decoratieprogramma van het Stadhuis van Amsterdam is het meest prestigieuze artistieke project in de Gouden Eeuw. De lokale opdracht trok kunstenaars en ambachtslieden uit de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden, die een gezamenlijke bijdrage leverden aan het ‘achtste wereldwonder’. Binnen het gehele bouwproject waren verschillende kleinere opdrachten te vergeven, waaronder de schilderijenserie in de bogen van de galerijen rondom de Burgerzaal.

De vier galerijen zijn vandaag de dag versierd met zes grote schilderijen gemaakt door Govaert Flinck, Jürgen Ovens, Jan Lievens, Jacob Jordaens en Giovanni Antonio de Groot. In eerste instantie kreeg alleen Flinck in 1659 de opdracht van de burgemeesters van Amsterdam. De burgemeesters hadden als onderwerp voor de serie de opstand van de Bataven tegen de Romeinen gekozen.

Flinck overlijdt onverwacht in 1660 voordat de serie is afgerond. Om de opdracht alsnog in de wacht te slepen maken diverse kunstenaars studies van de verschillende scènes uit de Bataafse opstand. Jan Lievens, Jürgen Ovens, Rembrandt van Rijn, Ferdinand Bol en Jacob Jordaens dingen mee. Het project kent geen gelukkig eind. Uiteindelijk worden door geldgebrek en door schildertechnische kwesties maar zes van de acht bogen gevuld en verdwijnt het schilderij van Rembrandt in een kleiner formaat naar Zweden.

Wat is het verhaal achter de schilderijen en de kunstenaars die meedongen aan het project? Welke schilderijen hangen er wel en welke niet? Hoe zou het zijn als het schilderij van Rembrandt in de galerij zou hangen? Al deze vragen kwamen aan bod in de tentoonstelling aan de hand van voorstudies, lichtprojecties, en de voltooide stukken die vandaag de dag te zien zijn in het Koninklijk Paleis in Amsterdam.

Bij de tentoonstelling is een rijk geïllustreerde catalogus uitgegeven, waarin diverse artikelen zijn opgenomen over de schilderijenserie. De catalogus is in de paleiswinkel te koop voor 17,00 euro.

catalogus Opstand als opdracht

Het idee voor de tentoonstelling is ontstaan tijdens de restauratie van de schilderijen tussen 2005 en 2009. Naast de expositie in het Koninklijk Paleis vond er vanaf 1 juli 2011 een presentatie plaats in het UvA ErfgoedLab gericht op de recente restauratiewerkzaamheden, de nieuwe ontdekkingen en restauratie-ethiek. Voor meer informatie: klik hier.

De tentoonstelling in het Koninklijk Paleis Amsterdam is op donderdag 30 juni 2011 geopend door H.K.H. Prinses Margriet.

Rembrandt van Rijn, De samenzwering van Claudius Civilis (verso). Pen en penseel, bruine inkt op papier, 19,6 x 18 cm, © Staatliche Grafische Sammlung, München, Duitsland

projectie van Rembrandts ‘Nachtelijke samenzwering’ in de galerij

 

Jacob Jordaens, De nachtelijke aanval op een Romeins tentenkamp, 1661-1662

Schoonheid op maat

De erfenis van Palladio en Scamozzi in de Gouden Eeuw
30 juni – 12 september 2010

De tentoonstelling behandelde de invloed van de architect Vincenzo Scamozzi (1548-161) op de Hollandse bouwkunst in de Gouden Eeuw en gaat hiermee terug naar de vroege Italiaanse inspiratiebronnen voor de architectuur van het Paleis. De architectuur en theorie van Vincenzo Scamozzi (1548–1616), die aan de basis stond voor het Hollands Classicisme, werd belicht met behulp van originele tekeningen, maquettes, schilderijen en foto’s van de huidige situatie. In het tweede gedeelte van de tentoonstelling stond de invloed van Scamozzi op het ontwerp van het Koninklijk Paleis centraal. Daarnaast zal een speciaal ontwikkelde stadswandeling de bezoeker buiten de muren van het Paleis leiden want zonder ooit in Holland te zijn geweest, heeft de Italiaanse architect de bouwstijl van de tweede helft van de Gouden Eeuw in Amsterdam sterk beïnvloed. Deze architectuurwandeling nam bezoekers mee langs de meest markante voorbeelden van het classicisme volgens Scamozzi.

De stijl van Scamozzi kenmerkt zich door zowel harmonie als eenvoud en in tegenstelling tot zijn voorganger Palladio is hij tot nu toe vrij onbekend gebleven.

Stadhuis van Oranje

350 jaar geschiedenis op de Dam
1 juli tot en met 7 september 2005

In de zomer van 2005 was in het Koninklijk Paleis Amsterdam de tentoonstelling ‘Stadhuis van Oranje, 350 jaar geschiedenis op de Dam’ te zien. Op 29 juli 2005 was het 350 jaar geleden dat het Stadhuis van Amsterdam, het huidige Koninklijk Paleis, feestelijk werd ingehuldigd. In het kader van dit jubileum en het 25-jarig regeringsjubileum van Hare Majesteit de Koningin herleefden op deze tentoonstelling de hoogtepunten uit de roemrijke geschiedenis van het gebouw.

Op 29 juli 2005 was het 350 jaar geleden dat het Stadhuis van Amsterdam, het huidige Koninklijk Paleis, feestelijk werd ingehuldigd. Het gebruik, anderhalve eeuw als Stadhuis, vijf jaar als Frans Koninklijk en Keizerlijk Paleis, en bijna twee eeuwen als ontvangstpaleis van de Oranjes heeft zijn sporen nagelaten. De roemruchte burgemeesters van Amsterdam hielden er in de zeventiende eeuw stadhuis en maakten Amsterdam tot de hoofdstad van de wereld. Koning Lodewijk Napoleon, broer van de Franse keizer Napoleon, transformeerde het tot een paleis in 1808 en liet het inrichten met de kostbaarste meubelen in empire-stijl. Ook werd in die tijd het Koninklijk Museum, de voorloper van het huidige Rijksmuseum in Amsterdam, in het Paleis opgericht. De Oranjegeschiedenis, vanaf Koning Willem I, kenmerkt zich door staatsbezoeken, banketten en ontvangsten, troonsoverdrachten en huwelijken tot aan de viering van het 25 jarig regeringsjubileum van H.M. de Koningin.

Op de tentoonstelling werd onder meer aan de hand van korte documentaires, sculpturen, schilderijen en foto’s een beeld geschetst van de geschiedenis van het gebouw en zijn gebruikers.

Bij de tentoonstelling verscheen een rijk geïllustreerde catalogus met DVD, verkrijgbaar in de Paleiswinkel.

Backhuyzen aan het roer!

Directeur van de Kunstkamer in het Paleis (1630 – 1708)
1 juli t/m 12 september 2004

De zeeschilder Ludolf Backhuysen begon zijn carrière met een opvallend fraai handschrift, als klerk en boekhouder van het beroemde Amsterdamse handelshuis Bartolotti. De unieke penschilderijen met zeegezichten van zijn stadsgenoot Willem van de Velde de Oude inspireerden hem om ook met pen op paneel te gaan tekenen. Al snel kwam hij in aanraking met kleurrijke zeegezichten in olieverf. Hij maakte zich deze techniek meester en dat bleek de kiem voor een stormachtige carrière.
Backhuysen is nauw verbonden geweest aan de Kunstkamer, gevestigd in het toenmalige stadhuis, het huidige Koninklijk Paleis Amsterdam. Deze eerste galerie van de stad herbergde, naast een verkooptentoonstelling van eigentijdse meesters, ook een aantal kunstschatten die schilders konden natekenen of waaruit zij op andere wijze lering konden trekken. Samen met de schilder Michiel van Musscher was Backhuysen als directeur aangesteld ‘om als opzienders de gemeene welstand der Loffelijke Schilderkonst zooveel moogelijk te bezorgen’. Deze Kunstkamer waaraan ook een soort academie voor tekenkunst was verbonden is bij kunsthistorici tot dusver vrijwel onopgemerkt gebleven.

De tentoonstelling toonde de diversiteit en kwaliteit van de veelzijdige kunstenaar Ludolf Backhuysen met prachtige zeegezichten.

           

Een bedrieger in het Paleis

De schilder Jacob de Wit (1695 – 1754)
26 juni t/m 31 augustus 2003

De tentoonstelling stond in het teken van de schilder Jacob de Wit (1695 – 1754). Jacob de Wit werd beroemd door zijn bedrieglijk echte beeldhouwwerken in olieverf in plaats van steen, die in de volksmond Witjes zijn gaan heten. De tentoonstelling concentreerde zich in de Vroedschapskamer, de zaal waar De Wit dertien Witjes aanbracht. Eveneens in de Vroedschapskamer is het belangrijkste stuk uit zijn carrière bewaard gebleven. Het is een in 1737 gemaakt schilderij van twaalf bij vijf meter waarop het Bijbelverhaal van Mozes en de zeventig oudsten wordt verbeeld.

Op de tentoonstelling was te zien dat De Wit bij het verfraaien van de wanden niet over één nacht ijs ging, en hoe hij vanuit schets met aquarel en olieverf het fascinerende eindresultaat bereikte: een van de rijkste zalen van het Koninklijk Paleis Amsterdam.

     

         

Tilman van Gameren

Een Nederlandse architect aan het hof in Polen (1632-1706).

29 juni -1 augustus 2002, vervolg in Oude Kerk in Amsterdam van 25 september- 27 oktober 2002

De tentoonstelling toonde een selectie van tekeningen van Tilman van Gameren, een nu vrijwel onbekende succesvolle navolger van Jacob van Campen, de architect van onder meer het Koninklijk Paleis Amsterdam. Als hofarchitect in Polen heeft Van Gameren vele paleizen in en om Warschau gebouwd en ingericht, waaronder het onvolprezen Krasinski Paleis dat geïnspireerd is op het Amsterdamse stadhuis en huidige Koninklijk Paleis.

Van Gameren vertrok in 1650 uit Utrecht naar Venetië. In 1660 reisde hij met prins Lubomirski naar Polen, waar zijn loopbaan een succesvolle wending nam. Naast het Amsterdamse stadhuis nam hij het ontwerp voor het Haagse Paleis Huis ten Bosch in allerlei bouwprojecten als uitgangspunt. Vrijwel al zijn tekeningen, van schets tot uitgewerkt detail, zijn bewaard gebleven en tonen een uitzonderlijke artistieke kwaliteit. Een ruime selectie was te zien op de tentoonstelling.

Het Van Gamerenarchief bevat ontwerpen voor interieurs, tuinen, gedenktekens, landhuizen, kerken en stadspaleizen. De zomertentoonstelling in het Koninklijk Paleis Amsterdam werd gerealiseerd onder auspiciën van prof. dr. S. Mossakowski, directeur van het instituut voor kunstwetenschappen in Warschau (auteur van een omvangrijke monografie over Van Gameren) en prof. dr. K.A. Ottenheym, hoogleraar architectuur Universiteit Utrecht.

      

      

Hoog Bezoek

Het Koninklijk Paleis tijdens officiële ontvangsten

10 juni – 17 september 2001

Tijdens deze tentoonstelling was het Paleis voor het eerst voor een breed publiek te zien in haar functie als officieel ontvangstpaleis van het Koninklijk Huis. het paleis werd ingericht alsof een bijzondere ontvangst gaande is.

Het Koninklijk Paleis te Amsterdam wordt tot op de dag van vandaag gebruikt als officieel ontvangstpaleis door H.M. de Koningin. Daarnaast vinden er tal van publieksevenementen plaats, zoals de jaarlijkse tentoonstelling van werk van jonge schilders en is het gebouw regelmatig opengesteld voor publiek. Regelmatig zijn er officiële ontvangsten in besloten kring. Buitenlandse staatshoofden die een staatsbezoek brengen aan Nederland, verblijven vrijwel altijd in het Paleis. H.M. de Koningin houdt er haar jaarlijkse nieuwjaarsontvangsten, prijsuitreikingen en geeft er ieder jaar een diner aan het buitenlandse Corps Diplomatique. Het Paleis, met name de Burgerzaal, wordt bij die gelegenheden altijd feestelijk ingericht.

Officiële staatsbezoeken vinden vanaf de tweede helft van de 19e eeuw plaats op het Koninklijk Paleis Amsterdam. Deze Koninklijke ontvangsten in het voormalige zeventiende-eeuwse stadhuis stonden centraal tijdens de tentoonstelling. De hoogtepunten uit de collectie historische serviezen en tafelzilver van het Koninklijk Huis die gebruikt worden wanneer er in het Paleis gedineerd, geluncht en ontbeten wordt, waren te bezichtigen. Ontwerpen van Sèvres, Royal Worcester, Königliche Porzellan Manufaktur en Meissen. De serviezen zijn veelal geschenken aangeboden door bezoekende staatshoofden. Verder waren te zien bestekken van Van Kempen, Begeer en Bonebakker, tafelstukken (Hunt & Roskell), kristal (Rosenthal, Venetiaans), kandelabers en damast van het Koninklijk Huis: feestelijke surtout de tables.

Een aantal memorabele ontvangsten werd belicht zoals van de Duitse Keizer Wilhelm II in 1891, de Franse president Faillères in 1911, koning Leopold III van België in 1938, Sir Winston Churchill in 1946 en president Nelson Mandela van Zuid-Afrika in 1999.

                      

Een verre hofreis

Nederlanders op weg naar de Shôgun van Japan

24 juni t/m 24 september 2000

Tentoonstelling in het teken van 400 jaar betrekkingen tussen Nederland en Japan.

Vanaf 1609 werd voor het eerst een hofreis georganiseerd door de Nederlanders van de handelspost Hirado, en vanaf 1641 van het eiland Deshima naar de stad Edo het huidige Tokio. Het Nederlandse “opperhoofd” werd geacht de reis jaarlijks te maken om daarmee het handelsmonopolie te behouden. De Shogûn was de feitelijke militaire heerser en maakte de Hollanders voortdurend duidelijk dat zij de ontvangst als een uitzonderlijke eer dienden te beschouwen. Ze moesten kostbare en zeldzame geschenken brengen volgens de zogeheten “Eijschen van Zijn Keizerlijke Hoogheid”.
De Shôgun was vooral geïnteresseerd in wetenschappelijke instrumenten, paarden en honden voor de jacht, olifanten en kamelen. Deze producten van overzee brachten, zo geloofde men, behalve status ook geluk. Uit dankbaarheid werden ook tegengeschenken aan de Nederlanders aangeboden. De reis van 1500 kilometer nam ongeveer een maand in beslag. Tijdens de overnachtingen werd het kleurrijke gezelschap vaak onthaald door lokale gezagdragers. De Japanners waren soms zo onder de indruk van de kennismaking met de Nederlandse cultuur, dat ze zich als Nederlanders gingen kleden, hun huis westers inrichtten en zelfs een Nederlandse naam aannamen. Zo noemde de burgemeester van Shimonoseki zich na een memorabel bezoek “Van den Berg”. Het gezantschap kenmerkte zich voor de Japanners ook door een penetrante Hollandse geur. Een volksgedichtje luidde “Wanneer de Hollanders naar het kasteel van de shôgun gaan, dan zwermen vliegen hen na”. Na het invallen van de duisternis werden de Nederlanders vooral bezocht door Japanse intellectuelen, die tot diep in de nacht hun kennis omtrent de westerse wetenschappen trachtten te vergroten. Vooral factorijartsen als bijvoorbeeld de beroemde natuuronderzoeker en arts van Koning Willem I Ph. F. von Siebold (1796-1866), die in 1826 aan een hofreis deelnam, hebben in belangrijke mate tot dergelijke kennisuitwisseling bijgedragen. Bij de openstelling van Japan rond 1860 kwam er een einde aan de hofreizen.

Op de tentoonstelling kon men aan de hand van kunstvoorwerpen, objecten, tegengeschenken van de Shôgun en Japanse documentaire prenten kennis kunnen nemen van de invloed van deze jaarlijkse reis op de wederzijdse beeldvorming tussen Nederland en Japan.

Oranje en de muziek

Hoogtepunten uit de muziekcollectie van het Koninklijk Huis

De hoogtepunten uit de muziekbibliotheek van het Koninklijk Huisarchief werden voor deze tentoonstelling bijeengebracht en uitgevoerd en uitgevoerd in het Koninklijk Paleis Amsterdam. Muziekinstrumenten, schilderijen en andere objecten completeerden de tentoonstelling.

In de loop der eeuwen zijn voor het Huis Oranje-Nassau door binnen- en buitenlandse componisten composities gemaakt ter gelegenheid van bijvoorbeeld inhuldigingen en huwelijken. De oudste partituren uit de bibliotheek zijn uitgevoerd door de Hofkapel van prins Willem V (1748-1806). Op de tentoonstelling was een bijzonder exemplaar te zien van een vioolleerboek van Leopold Mozart, dat hij in Nederland liet drukken toen hij met zijn zoon Wolfgang Amadeus Mozart hier verbleef op uitnodiging van prinses Carolina (1743-1787).
In een apart kabinet toonde de tentoonstelling de pianoforte van Hortense de Beauharnais, de vrouw van Lodewijk Napoleon. Dit koninklijk paar bewoonde als eerste, van 1808 tot 1810, het voormalige stadhuis als paleis en liet een aanzienlijke (muziek)bibliotheek na die op het Koninklijk Huisarchief bewaard wordt.

Koning Willem I en Willem II bevorderden het muziekleven in Nederland. Koning Willem III (1817-1890) had zelfs een zeer directe band met de muziek en organiseeerde bijvoorbeeld een aantal concoursen voor jonge artiesten. In de jury zaten bekende personen zoals Liszt en Wieniawski. Componist Liszt gaf de Koning bovendien enige tijd les.

Tot in de eerste decennia van de twintigste eeuw is regelmatig aan het hof gemusiceerd, ook Mengelberg trad daar regelmatig op, een traditie die tot op de dag van vandaag levend wordt gehouden door de Koninginnedag-concerten op Paleis Noordeinde.
Sommige Oranjes musiceerden zelf ook, zo werd de Van der Sijde-barok-viool van prinses Juliana tentoongesteld en een model van een orgel uit de hofkapel van Paleis het Loo.

Gedurende de tentoonstellingsperiode werden er concerten worden gegeven in één van de zalen van het Paleis.

Vrede van Munster.

Herdenking inhuldiging Koningin Wilhelmina

Op deze tentoonstelling werd in samenwerking met de Nieuwe Kerk aandacht besteed aan de inhuldiging van Koningin Wilhelmina, in 1998 honderd jaar geleden.

De aankleding van de kerk stond geheel in het teken van 1898, welke situatie zo exact mogelijk is gereconstrueerd. Bovendien wordt de Gouden Koets tentoongesteld. Voorts was de ‘overdekte wandelweg’ tussen Paleis en Nieuwe Kerk gereconstrueerd. Zo’n pergola verbond Paleis en Nieuwe Kerk met elkaar.

Na de officiële inhuldiging in de Nieuwe Kerk maakte Koningin Wilhelmina op 6 september 1898 een lange rijtoer door de uitbundig versierde straten van Amsterdam. In het Paleis was daarom de gereconstrueerde straatversiering van de Leidsestraat opgehangen in één van de galerijen. Enkele ontwerptekeningen en schilderingen van Willem Kromhout Czn.- de architect van het American Hotel aan het Leidseplein – en foto’s uit 1898 verlevendigen het beeld van de inhuldiging.
De jonge Koningin sloot de dag honderd jaar geleden af met een feestelijk banket in de Burgerzaal van het Koninklijk Paleis Amsterdam. In een andere zaal is om die reden een gedeelte van de hoofdtafel opnieuw gedekt zoals honderd jaar geleden.

Versiering uit de Leidsestraat in de galerij van het Koninklijk Paleis Amsterdam

Het Paleis in de schilderkunst van de Gouden Eeuw

Uitgangspunt van de tentoonstelling was te laten zien hoe het stadhuis, het huidige Paleis, al tijdens de bouw maar vooral na de voltooiing in 1665 zeventiende-eeuwse schilders en tekenaars inspireerde. Deze schilders werden op de tentoonstelling voor het eerst in deze samenhang bestudeerd.

De tentoonstelling opende met een panorama van de schilder Abraham Storck, het stadhuis gezien vanaf de overzijde van de rivier het IJ. Vervolgens naderden we als het ware het gebouw, er werd gekeken door de ogen van de schilders Gerrit Berkheyde en Jan van der Heyden naar verschillende aanzichten ervan. Hierna kwamen portretten van stadhuisfunctionarissen aan bod, met het gebouw als directe verwijzing in de achtergrond. Zo schilderde Nicolaes Maes in 1679 een prachtig portret van geheimschrijver Cornelis Munter met een gebeeldhouwd reliëf dat zich boven het kantoor van deze ambtenaar bevindt en het stadhuis in de achtergrond.
Behalve een aantal schilderijen met het exterieur en de omgeving van het stadhuis, waren ook een aantal schilderijen bewaard gebleven dat zalen of delen van de rijke decoratie toont. Op de tentoonstelling lieten interieurstukken van Pieter de Hoogh en Gabriël Metsu zien hoe het uiterlijk vertoon van de gegoede burgerij van Amsterdam in verband gebracht werd met de meest luxueuze interieurs uit de zeventiende eeuw, de fraai gedecoreerde zalen van het stadhuis. De tentoonstelling sloot met een panorama van Jacob van Ruisdael, vanaf het dak van het stadhuis terugkijkend op het IJ.

Jan van Kessel, De Dam met het stadhuis. Olieverf op doek, 1668. Foto: © De Nederlandsche Bank NV

Jacob van Campen (1595-1657)

Het klassieke ideaal in de Gouden Eeuw.

Op 2 februari 1995 was het vierhonderd jaar geleden dat de schilder en architect Jacob van Campen geboren werd. Dat was aanleiding om in de zomer van 1995 een tentoonstelling te wijden aan zijn meesterwerk: het stadhuis van Amsterdam, het huidige Koninklijk Paleis.

Van Campen staat vooral bekend als architect die een nieuwe stijl introduceerde: het Hollands Classicisme. Hij is in mindere mate bekend als schilder en coördinator van decoratieve ensembles, ingewikkelde programma’s voor het in- en exterieur van representatieve gebouwen. Hoe Van Campen zich vehield tot zijn opdrachtgevers en tijdgenoten kwam aan bod op de tentoonstelling.

De twee hoogtepunten uit het oeuvre van Van Campen, de Oranjezaal in Paleis Huis ten Bosch en het voormalige zeventiende-eeuwse stadhuis van Amsterdam werden op de tentoonstelling uitvoerig belicht. Aan de hand van schilderijen, tekeningen, modellen en het prachtige interieur van het Paleis kon de bezoeker kennis maken met deze veelzijdige kunstenaar uit de Gouden Eeuw.

Bij de tentoonstelling verscheen een rijk geïllustreerde catalogus, verkrijgbaar in de Paleiswinkel.

Onbekende kunstenaar, portret van Jacob van Campen. Gravure, 1661, 447 x 275 mm.

De Fonteijn van Pallas

In 1660 schonk de stad Amsterdam een indrukwekkend beeld van de godin Pallas athene aan Johan Maurits van Nassau Siegen, stadhouder van Kleef. Na een verblijf van meer dan drie eeuwen was het drie en een halve meter hoge beeld in de zomer van 1994 weer even terug in Amsterdam.

Hoewel de vier vissen die het beeld omringen geen water spuwen, wekte de ‘Fonteijn van Pallas’ de indruk thuis te horen op haar tijdelijke locatie: de binnenplaats van het Koninklijk Paleis Amsterdam. En dat is geen toeval; de Pallas werd gemaakt door Artus Quellien, de Vlaamse beeldhouwer die in de zeventiende eeuw de beelden maakte die het paleis – het vroegere stadhuis – tot op de dag van vandaag sieren. De tentoonstelling richte zich op de werkzaamheden die Quellien, ook wel Quellijn of Quillinus genoemd, in opdracht van het stadsbestuur verrichte. Daarnaast was er aandacht voor stadhouder Johan Maurtits en het landschapspark in Kleef waar de Pallas het middelpunt was.

De Fonteijn van Pallas op de binnenplaats van het Koninklijk Paleis Amsterdam

Van Heeren, die hunn’ stoel en kussen niet beschaemen

Naar aanleiding van de opening van het nieuwe stadhuis van Amsterdam in 1998 organiseerde het Koninklijk Paleis Amsterdam in de zomer van 1997 een tentoonstelling over het stadsbestuur voor de Franse tijd.

Een wereldreiziger op papier

Venetië, stad van de drukkunst

De Leeuw van Venetië

Steen in beeld

Willemstad monumentenstad

Het kunstbedrijf van de familie Vingboons.

Koninklijke geschenken

Van heeren, die hunn’ stoel en kussen niet beschaemen

Jacob de wit, de Amsteltitiaan

Imprimé en Hollande

Koning Willem III en Arti

Empire in het Paleis

Architecture en Planning

Het achtste wereldwonder

Hemel & Aarde in de Burgerzaal en de Vierschaar, door nieuwe restauratietechnieken behouden

De illegale camera

Zeilen van Dam tot IJ

Speelklok–Pierement

Beelden kijken

Kunst als Regeringszaak