Koninklijk paleis Amsterdam

geschiedenis

Oranje Paleis 1813 - Heden

Het Paleis wordt een residentie van de Koning van Nederland en komt in bezit van de Nederlandse Staat.

Paleis teruggegeven
Toen het keizerrijk ten einde was gekomen keerde Willem Frederik van Oranje-Nassau terug naar Nederland. Hij was de zoon van de laatste stadhouder. In december 1813 ging hij naar Amsterdam en deelde mee dat  het voormalige stadhuis zou worden teruggeven aan de stad. Tijdens zijn verblijf logeerde hij nog wel in het Paleis. 

Paleis blijft paleis
De proclamatie, waarin Willem I de soevereiniteit van Nederland aanvaardde, werd op 2 december 1813 in het Paleis getekend.
Het Prinsenhof bleef de plek waar het stadsbestuur gevestigd was en het Paleis bleef paleis. Een verhuizing en nieuwe inrichting waren te grote onkostenposten. Bovendien zag Willem I het belang in van een verblijf in de hoofdstad. Het stadsbestuur van Amsterdam stelde het gebouw opnieuw ter beschikking aan de Soevereine Vorst.

Aanvankelijk maakte Willem I veel gebruik van het Paleis. In 1814 ontving hij er de Russische tsaar Alexander I. Maar als snel verminderde zijn belangstelling voor het gebouw. Ook Koning Willem II en Willem III waren hooguit enkele dagen per jaar in het gebouw te vinden.

Paleis verkocht
Hoewel het gebouw tijdens herdenkingen en ontvangsten regelmatig een glansrol vervulde, begonnen de tussenliggende periodes van leegstand ongenoegen te wekken. Wisselende politieke en economische omstandigheden beïnvloeden het steeds weer terugkerende debat. In de jaren dertig van de twintigste eeuw werd een groep juristen gevraagd om uit te zoeken van wie het gebouw nu eigenlijk was. Uitkomst: de stad was nog altijd eigenaar. In 1934 werd er nog nog een plan gemaakt om het gebouw weer als stadhuis in te richten, maar door de economische crisis was dit onhaalbaar. Alleen al de dringend nodige restauraties waren te duur. Op 20 december 1935 nam de Amsterdamse gemeenteraad een historisch besluit: de stad verkocht het gebouw voor tien miljoen gulden aan het Rijk. Het Rijk stelde het Paleis permanent beschikbaar aan het Koninklijk Huis.

Koningin Wilhelmina nam het gebouw in gebruik en vierde er in 1938 haar veertigjarige regeringsjubileum. In haar laatste regeringsjaren gebruikte Koningin Wilhelmina het als haar ‘winterpaleis’. Ze maakte vanuit het Paleis kleine uitstapjes in de stad en zittend op het dak schilderde ze de lucht.

huidig gebruik
Het Koninklijk Paleis Amsterdam is tegenwoordig actief ontvangstpaleis van het Koninklijk Huis. Als ontvangstpaleis wordt het gebruikt tijdens staatsbezoeken, voor de nieuwjaarsrecepties van de Koning en voor andere officiële ontvangsten. Ook vindt er jaarlijks de uitreiking van de Erasmusprijs, de Zilveren Anjer, de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst en de Prins Claus Prijs plaats. Het gebouw speelt tevens een rol in koninklijke huwelijken en de troonswisseling.

Op de momenten dat het Koninklijk Huis geen gebruik maakt van het Paleis, wordt het gebouw (sinds 1979) door de Stichting Koninklijk Paleis Amsterdam opengesteld voor het publiek. Twee keer per jaar worden er tentoonstellingen georganiseerd.

  • 1145429 image

Het gebruik van de Gouden Koets tijdens het huwelijk van H.K.H. Prinses Beatrix, Nieuwezijds Voorburgwal, Amsterdam, 1966. Foto: © ANP.

 

Volg ons op