Directeur van de Kunstkamer in het Paleis (1630 – 1708)
1 juli t/m 12 september 2004
De zeeschilder Ludolf Backhuysen begon zijn carrière met een opvallend fraai handschrift, als klerk en boekhouder van het beroemde Amsterdamse handelshuis Bartolotti. De unieke penschilderijen met zeegezichten van zijn stadsgenoot Willem van de Velde de Oude inspireerden hem om ook met pen op paneel te gaan tekenen. Al snel kwam hij in aanraking met kleurrijke zeegezichten in olieverf. Hij maakte zich deze techniek meester en dat bleek de kiem voor een stormachtige carrière.
Backhuysen is nauw verbonden geweest aan de Kunstkamer, gevestigd in het toenmalige stadhuis, het huidige Koninklijk Paleis Amsterdam. Deze eerste galerie van de stad herbergde, naast een verkooptentoonstelling van eigentijdse meesters, ook een aantal kunstschatten die schilders konden natekenen of waaruit zij op andere wijze lering konden trekken. Samen met de schilder Michiel van Musscher was Backhuysen als directeur aangesteld ‘om als opzienders de gemeene welstand der Loffelijke Schilderkonst zooveel moogelijk te bezorgen’. Deze Kunstkamer waaraan ook een soort academie voor tekenkunst was verbonden is bij kunsthistorici tot dusver vrijwel onopgemerkt gebleven.
De tentoonstelling toonde de diversiteit en kwaliteit van de veelzijdige kunstenaar Ludolf Backhuysen met prachtige zeegezichten.



