Uitgangspunt van de tentoonstelling was te laten zien hoe het stadhuis, het huidige Paleis, al tijdens de bouw maar vooral na de voltooiing in 1665 zeventiende-eeuwse schilders en tekenaars inspireerde. Deze schilders werden op de tentoonstelling voor het eerst in deze samenhang bestudeerd.
De tentoonstelling opende met een panorama van de schilder Abraham Storck, het stadhuis gezien vanaf de overzijde van de rivier het IJ. Vervolgens naderden we als het ware het gebouw, er werd gekeken door de ogen van de schilders Gerrit Berkheyde en Jan van der Heyden naar verschillende aanzichten ervan. Hierna kwamen portretten van stadhuisfunctionarissen aan bod, met het gebouw als directe verwijzing in de achtergrond. Zo schilderde Nicolaes Maes in 1679 een prachtig portret van geheimschrijver Cornelis Munter met een gebeeldhouwd reliëf dat zich boven het kantoor van deze ambtenaar bevindt en het stadhuis in de achtergrond.
Behalve een aantal schilderijen met het exterieur en de omgeving van het stadhuis, waren ook een aantal schilderijen bewaard gebleven dat zalen of delen van de rijke decoratie toont. Op de tentoonstelling lieten interieurstukken van Pieter de Hoogh en Gabriël Metsu zien hoe het uiterlijk vertoon van de gegoede burgerij van Amsterdam in verband gebracht werd met de meest luxueuze interieurs uit de zeventiende eeuw, de fraai gedecoreerde zalen van het stadhuis. De tentoonstelling sloot met een panorama van Jacob van Ruisdael, vanaf het dak van het stadhuis terugkijkend op het IJ.
